Ode aan de vrouw.

Ode aan de vrouw.
Dit is een ode aan alle vrouwen. Aan alle moeders, zussen, dochters en vriendinnen. Dit is een lofzang op de strepen op onze buiken, de bobbels op onze dijen. Aan onze leeuwinnenkracht. Aan de voortreffelijke wezens die we zijn. 
 
Lieve vrouw,
 
Dat we zo zacht zijn, onze huid die een beetje meegeeft,
dat vind ik zo mooi aan ons.
De strepen op onze buiken, de bobbels op onze dijen,
kunnen me ontroeren omdat het zo menselijk is.
 
En ach, hoe we pas leren omgaan met de blikken die op onze lichamen rusten
keurend, oordelend, begerend,
tegen de tijd dat die blikken zeldzaam worden.
 
Ik houd van onze buiken als we zwanger zijn,
eerst voorzichtig opbollend en dan groot en rond en machtig,
 
van het vuur in onze schoot dat niemand anders toebehoort.
Van ons vermogen diep te voelen, aanvoelen en meevoelen,
en hoe zorgvuldig we deze koesteren en tonen.
 
Van hoe we in razernij kunnen ontbranden als een furie, als Electra,
met leeuwinnenkracht die dan misschien sluimerde
maar al die tijd tot onze beschikking stond.
Ik zie ons in de ruwe toppen van mijn moeders vingers,
waar hard werken en zorg dragen in voelbaar zijn.
In de schaterlach van mijn vriendinnen,
hun gulle armen die kunnen troosten en hoog de lucht in zwaaien als we dansen.
 
In het stille kijken van mijn meisjeskind, zoekend waar ze al die liefde kwijt kan,
al die liefde die nog zo vrijelijk en argeloos wegstroomt,
en niemand die er nog mee vandoor is gegaan.
 
Zie eens hoe we onze zonen willen behoeden
en onze dochters willen beschermen,
en er toch voor kiezen ze te omhelzen met open armen.
 
Hoe we eeuwenlang zijn gekleineerd, gebruikt
of op een veel te hoog voetstuk zijn gezet,
en er alleen maar beter van hebben leren opstaan na een val.
 
Hoe we harde machtsstructuren hebben doorstaan en getrotseerd,
omdat we weten dat ‘de zachte krachten zullen winnen in ’t eind’.
 
Hier staan we, als dochters in een lange lijn van grootmoeders en moeders,
als buurvrouwen, dokters, danseressen en presidenten.
Zie toch hoe we allemaal worden geboren als voortreffelijke wezens,
maar sommigen van ons overtuigd raken van het tegendeel.
 
Ik dank jullie, mijn zusters, voor elke helpende hand,
ondersteunende knipoog, begrijpende blik en lief woord.
Vergeet nooit hoe magnifiek we zijn.
Met liefde en achting voor alles wat je bent,
 
Susan Smit